Optimisme
“Optimisme”, het woord viel me op toen ik laatst in een interview minister-president Rutte het een aantal keren horen gebruiken. Welke zure appelen de journalist ook opdiende, Rutte bleef herhalen “ik ben een optimistisch mens”. Waar gaat zijn optimisme over? Wat voedt zijn optimisme? Het zal weer goed komen met de economie. Er komen meer banen, we kunnen straks weer meer gaan kopen. Het komt goed met de huizenmarkt, etc. U kent al die verhalen die een belangrijk deel uitmaken van het nieuws van elke dag. Meestal gaat deze boodschap samen met de oproep om nu nog even niets te verwachten. Nu is het nog een lastige tijd. Nu moet u inleveren maar straks, straks komt het goed. Dan groeien de bomen weer tot in de hemel. Altijd dezelfde bezwerende formules, de mantra’s die ons moeten bewegen om in te stemmen of ten minste te accepteren met wat ons wordt voorgesteld. Alsof het in wezen om niets anders gaat dan om de mens als een wezen dat leeft en werkt voor geld en goed. Als ik deze vaste patronen zie word ik al bijna vanzelf pessimistisch. Maar misschien ben ik in tegenstelling tot onze minister president een pessimistisch mens. Laat ik mezelf kritisch noemen, maar voor onverbeterlijke optimisten heeft dat woord een pessimistische ondertoon.
Ik zocht naar een diepere lading van het woord optimisme en vond wat ik zocht. Het Latijnse woord optimisme betekent: het beste. Optimisme kun je omschrijven als het geloof dat je in de beste van alle mogelijke werelden leeft. De Duitse filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz zei dat hij geloofde dat God in Zijn almacht niets anders had kunnen doen dat het scheppen van de beste van alle denkbare werelden. Daarmee zijn wij mensen als kroon op de schepping dan het best denkbare dat God heeft kunnen scheppen. Dat werpt voor mij een heel ander licht op het woord optimisme. Er schuilt een diepere dimensie in. Optimisme kun je dan zien als de basishouding van de mens die in God gelooft. Optimisme is onlosmakelijk verbonden met je geloof.
Kom je dan uit bij het optimisme van de altijd blije gelovige. De gelovige van : “Blij, blij mijn hartje is zo blij…..”. Het doet me denken aan wat ik laatst las over mensen die op alles reageren met een positieve reflex. “ Bah wat een regen” roept onmiddellijk de reactie op: ” Lekker verfrissend”. “Wat is die zon warm; goed voor de planten”. “Wat een felle wind; tegenwind maakt je sterk”. Soms hoor je echter ook zo’n reflex als iemand echts iets ergs vertelt. “Ik ben erg ziek; zie het als een kans”. “ Mijn partner is overleden; kijk naar je nieuwe mogelijkheden” . Ik word er zowel boos als verdrietig van als dit de wijze is waarop al dan niet gelovige mensen hun optimisme uiten. Boos omdat de liefde ontbreekt en verdrietig omdat mensen beschadigd raken, zich misschien wel schuldig gaan voelen over hun verdriet.
In dezelfde week dat ik Rutte keer op keer hoorde zeggen: “Ik ben een optimistisch mens”, las ik een stukje van Henri Nouwen. Ik las: “Optimisme is een radicaal andere houding dan hoop. Een optimist verwacht dat de dingen beter zullen worden: het weer, menselijke relaties, de economie, de politieke situatie, enz. Iemand die hoopt, vertrouwt er op dat Gods beloften op een zodanige manier in vervulling zullen komen dat we er vrije mensen van worden. De optimist heeft het over tastbare verbeteringen in de toekomst. Wie vanuit de hoop leeft, houdt zich bij het hier en nu, in het vertrouwen dat het leven in goede handen is.”
Met deze gedachten van Henri Nouwen komt mijns inziens ook de optimistische visie van de filosoof Leibniz beter uit de verf. De mens mag als het beste dat God heeft geschapen vrij en zonder angst voor de toekomst in het leven staan. Zonder ook maar iets te weten van die toekomst mag je leven in vertrouwen dat er een weg zal zijn waarlangs je verder kunt gaan. Echt leven kun je echter alleen maar in het heden, in de realiteit van elke dag. Optimisme is voor mij een vorm realisme. Wat is er nú te doen? Hoe verhoud je je nú tot het lief en het leed in jezelf , van je naaste en van de wereld? Ramses Shaffy zong: “Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder”. Leven als een vlinder van één dag, met het vertrouwen dat je leven in goede handen is. Als het me lukt om zó te gaan leven, kan ik zeggen: “Ik ben een optimistisch mens”.
Herman de Boer



Om over na te denken